Erger je je ook zo aan rommel op straat? Je bent niet alleen. Iedereen blijkt zich al dan niet bewust hier aan te storen. Erger is dat je bij het zien van rommel vanzelf een beetje asociaal wordt: je denkt veel vaker in stereotypen over andere mensen. Dat ontdekten Nederlandse gedragswetenschappers tijdens de staking van vuilnismannen in 2010. Nu publiceren ze hun resultaten in het blad ‘Science’.
Een lelijke straat. Daar wordt je brein niet blij van. Afbeelding: © Diederik Stapel
Je straat zal er maar eens zo uitzien: overal gebroken tegels, verroeste fietsen en gebroken raampjes. In elke nis liggen stapels papier, blikjes en gebroken glas. Prettig? Allerminst… Psycholoog Diederik Stapel van de Universiteit van Tilburg en cognitief socioloog Siegwart Lindenberg van dezelfde universiteit én Rijksuniversiteit Groningen hebben ontdekt waarom dat zo onprettig is: je brein vangt teveel wanorde op.
Sterker nog: om dat gevoel van wanorde tegen te gaan, ga je in stereotypen denken. Je stopt mensen met een andere huidskleur of afkomst dan veel sneller ‘in een hokje’, waardoor je je ook minder sociaal gedraagt. Dat schrijven de wetenschappers in het blad Science.
De wetenschappers vinden dan ook dat de overheid, waar mogelijk, snel troep moet opruimen om bij omstanders een genuanceerder denkpatroon op te wekken. “Vooral etnische groeperingen die elkaar niet mogen raken minder snel slaags als ze minder stereotyp over elkaar denken”, legt Lindenberg aan de telefoon uit. “We denken dat het verminderen van rommeligheid voor relatief weinig kosten enorm veel sociale problemen kan voorkomen.”
De onderzoekers zijn bij deze conclusie niet over één nacht ijs gegaan. Ze deden uitgebreide proeven, zowel op buiten straat als binnenshuis. “Tijdens de staking van de vuilnismannen zagen we onze kans schoon”, vertelt Lindenberg. “Er lag immers óveral afval.”
De staking van vuilnismannen en -vrouwen in 2010 was een uitgelezen kans om te testen hoe mensen in het openbaar stereotyperen. Afbeelding: © Diederik Stapel
De twee gedragswetenschappers interviewden mensen op een verschrikkelijk rommelig treinstation en herhaalden dat toen de staking voorbij was. De proefpersonen bleken op het rommelige station veel vaker anderen te stereotyperen, dan op het schone station.
In dezelfde proef gingen de wetenschappers nog een stapje verder. Ze huurden een acteur in met een donkere huidskleur. De acteur ging op een bankje zitten waar mensen op het station (één voor één) hun vragenlijst gingen invullen. Als er overal rommel ligt, bleken blanke mensen liever een stoeltje ruimte tussen hen en de donkere man te houden; iets wat ze niet deden in een schoon station.

Met rommel in de buurt ga je sneller stereotyperen. Afbeelding: © Siegwart Lindenberg
De onderzoekers bevestigden in een aantal experimenten op de universiteit dat het stereotype denken letterlijk wordt veroorzaakt door de rommel. Proefpersonen die kort en onbewust een aantal woorden over afval voor hun ogen zagen flitsen, bleken net als op het rommelige station in vooroordelen te denken, terwijl dat bij neutrale woorden uitbleef.
Sterker nog, stereotyperen blijkt in het brein weer een soort van orde te scheppen. Toen Stapel en Lindenberg de proefpersonen een enquête lieten invullen over stereotypen, bleken de mensen minder behoefte aan orde te hebben, dan mensen die in plaats van deze enquête een neutrale vragenlijst invulden. “Opvallend was dat mensen, ongeacht hun opleiding, allemaal hetzelfde reageren op wanorde in de omgeving. Iedereen stereotypeert dan meer”, aldus Lindenberg.
Betekent dit onderzoek dan ook dat we ons huis schoner moeten houden, of ons bureau op het werk? “We moeten het nog onderzoeken, maar ik denk persoonlijk dat het ervan af hangt of je een creatief persoon bent”, zegt Lindenberg lachend. “Je hoort namelijk wel vaker dat veel mensen pas echt creatief worden in een rommelige omgeving. Misschien is iets nieuws maken, iets creatiefs, dan voor hen een manier om orde te scheppen. Dan hoeven ze dus niet te stereotyperen. Maar als je niet creatief bent, kun je misschien maar beter opruimen.”